Er is niets mis. En toch.

Wat als je leven eigenlijk goed is, maar je je er toch niet meer in thuis voelt?

Er is niets spectaculairs mis. Dat maakt het net zo moeilijk.

Je hebt een leven opgebouwd. Mensen van wie je houdt. Werk waar je ooit bewust voor koos. Van buitenaf is er geen enkele reden om iets in vraag te stellen.

En toch.

Je komt thuis en alles staat nog op zijn plaats. Dezelfde zetel. Dezelfde lamp. Jij bent degene die verschoven is.

Je functioneert. Je doet boodschappen, beantwoordt mails, zorgt, werkt, lacht op de juiste momenten. Je bent zelfs dankbaar, en je meent het.

Alleen doet je lijf niet meer mee.

's Ochtends lig je daar. De dag staat klaar. Je geraakt letterlijk niet uit bed.

Om drie uur 's nachts schiet je wakker met een hoofd dat al aan het racen is.

En ergens onder dat alles ligt één zin die je niet hardop durft uit te spreken.

Is dit het nu?

Die vraag klinkt ondankbaar. Er zijn mensen met echte problemen. Je hebt zoveel om blij mee te zijn.

Dankbaarheid en vervulling zijn twee verschillende dingen. Je kunt van je leven houden en er toch uit gegroeid zijn.

Dan begint het zoeken

Er gebeurt niets groots. Geen ontslag. Geen scheiding. Geen gebeurtenis die verklaart waarom je ineens niet meer kunt wat je jarenlang kon.

Dus pak je het aan zoals je alles aanpakt. Met een plan.

Een opleiding. Een andere job. Een bijberoep, een ochtendroutine, de cursus die je eindelijk zal vertellen wat je passie is. Je leest over neurodivergentie, over hormonen, over Human Design en astrologie. Je bewaart elke Instagram-post over je leven veranderen.

Dit is het.

Drie weken later: toch niet.

Iedereen noemt dat zoeken. Maar op een bepaald moment voelt het niet meer als nieuwsgierigheid. Het voelt als wanhoop.

Je adem zit te hoog en zakt niet meer.

En bovenop de eerste vraag komt een tweede.

Waarom weet ik in godsnaam nog altijd niet wat ik wil?

Omdat je een toekomst probeert te bedenken met de maatstaven van iemand die je niet meer bent.

Het oude leven was goed. Toen.

We denken dat we iets pas mogen verlaten als we kunnen bewijzen dat het fout was.

Soms was het gewoon goed. Toen.

Een rok waar je uit gegroeid bent, was daarom geen slechte rok.

En toch wringen we ons er opnieuw in. Harder werken. Strakker plannen. Nog dankbaarder zijn.

Terwijl er onderaan een zin ligt te wachten:

Ik hoef dit niet beter te doen. Ik wil iets anders.

Wat dan?

Wat moet ik worden. Welke richting. Wat is mijn doel?

Die vragen komen één stap te vroeg.

Kijk eerst waar je niet langer thuishoort. Welke rol speel je al zo lang dat je niet meer weet of je hem zelf koos? Wiens versie van succes probeer je nog altijd te zijn?

En als niemand onder de indruk hoefde te zijn van je leven, hoe zou een gewone dag dan voelen?

Misschien is het antwoord stiller dan je dacht.

Meer schrijven. Langere gesprekken. Minder bereikbaar. Iets leren zonder dat er meteen een businessmodel aan moet hangen.

Wie dat een gebrek aan ambitie noemt, meet nog met de oude lat.

Een nieuwe richting herken je eerst aan levendigheid. Je leest en wil verder lezen. Je schrijft en vergeet de tijd. Je komt telkens terug bij hetzelfde onderwerp, hoe vaak je het ook wegredeneert.

Dat zijn nog geen beslissingen. Het zijn gegevens.

Je komt nergens aan

Ik heb lang gedacht dat je ergens aankomt. Dat de onrust stopt zodra je weet wat je ding is.

Daar geloof ik niet meer in.

We leren en we verliezen. Grenzen schuiven op. Sommige ambities blijken geleend. Andere kloppen pas laat aan.

En op een avond merk je het:

ik woon nog altijd in het leven dat een vroegere versie van mij heeft ingericht.

Niet alles hoeft weg. Eerst een raam op een kier. Genoeg om te voelen of er lucht binnenkomt.

Wat er komt, weet je nog niet.

Dat het hier stopt, wist je al om drie uur 's nachts.

Volgende
Volgende

Vanwaar de naam WolvenWijs?