Waarom ik om 19u al doodop ben

Soms is om 19u al de druk van het vat.

Het licht gaat uit. Ik ben gewoon op.

Zo moe dat de trap naar boven aanvoelt als te veel.
Zo leeg dat zelfs een gewone avond nog veel vraagt.

En dat is soms lastig uit te leggen.
Ook aan mezelf.

Want op papier lijkt zo’n dag best gewoon.
Een paar mails.
Wat werk.
Een gesprek.
Een lijstje hier, een afspraak daar.
Niets waarvan je denkt: logisch dat je nu niets meer waard bent.

En toch is dat hoe het voelt.

Niet alleen wat je doet op een dag maakt moe.
Ook wat je hoofd intussen allemaal moet meedragen.

Als ADHD’er ben ik al heel lang bezig met grip proberen te krijgen op mijn tijd.
Van zodra ik op kot ging, werd mijn leven een kamer waarin alles tegelijk openstond.
Deuren.
Lades.
Gedachten.
Verwachtingen.

Er was ineens zoveel tegelijk.

Koken.
Studeren.
Op tijd komen.
Papieren bijhouden.
Boodschappen doen.
Vriendschappen onderhouden.
Proberen slapen.
Niets vergeten.

Voor veel mensen lijkt dat gewoon het leven.
Voor mij voelde het vaak als tegelijkertijd een tiental races rijden. En dat zonder racefiets, eerder met zo een fiets die je als student naar kot meeneemt omdat niemand die wil stelen.

Ik ben dus al jaren bezig met time management.
Cursussen, systemen, agenda’s, lijstjes, kleurcodes.
Ik heb er veel geprobeerd.

En toch ben ik er nog altijd niet goed in.
Verre van.

Niet omdat ik niet mijn best doe.
Wel omdat er naast het zichtbare werk altijd nog iets anders mee speelt.

Die schrik dat je iets belangrijks bent vergeten.
Dat er ergens nog een mail zit waarop je moest antwoorden.
Dat je iets had beloofd.
Dat je teleur stelt.
Dat er iets tussen de mazen van het net glipt.

Dat gevoel van altijd aan staan.

Dat is slopend.

En soms maakte ik het nog erger door systemen te gebruiken die zogezegd moesten helpen.
Mooie schema’s.
Slimme methodes.
Nieuwe afspraken met mezelf.

Maar sommige van die systemen gaven me vooral extra druk.
Extra lawaai.
Extra moeheid.

Alsof ik niet alleen mijn leven moest dragen, maar ook nog eens de gereedschapskist waarmee ik het bijeen probeerde te houden.

Wat mij raakt, is hoe weinig zichtbaar dat allemaal is.

Je ziet iemand die haar dag doorkomt.
Je ziet niet hoeveel energie dat kost.

Je ziet niet de losse eindjes.
De bijna-vergeten dingen.
De dingen die nergens staan, die jij meetorst.
De kleine alarmbelletjes die nooit echt stil vallen.

Geen sirene.
Eerder een voortdurend getik.
Maar tegen de avond klinkt ook dat als te veel.

Ik hoop dat er ooit een dag komt waarop ik mijn schouders echt kan laten zakken.
Dat ik voel: het is oké.
Er glipt niets weg.
Ik hoef niet meer opgedraaid te blijven.

Dat mijn hoofd niet langer een bureau is vol stapeltjes die bij de minste beweging dreigen om te vallen.

Tot dan helpt het soms al dat ik dit beter zie voor wat het is.

Geen luiheid.
Geen zwakte.
Geen falen.

Maar een hoofd dat vaak veel meer draagt dan iemand aan de buitenkant kan zien.

En misschien mag ik op zo’n avonden gewoon zeggen:

het was veel vandaag, voor mij.

Volgende
Volgende

Vanwaar de naam WolvenWijs?